Handleiding van de Prikkelmeter 2.0

Wil je nog naar de oude prikkelmeter, met de hondjes? Die pagina bestaat ook nog: klik hier om die pagina te vinden.

 

De prikkelmeter is een instrument…
  • … waarmee kinderen leren (vertellen) wat hun prikkelbehoefte is
  • … waardoor kinderen weten wat ze op dat moment nodig hebben:
    • meer prikkels (activeren)
    • minder prikkels (kalmeren)

 

De kinderen bekijken:
  • Kan ik mijn taak doen? Klopt dus de hoeveelheid prikkels die ik ervaar?
  • Voel ik mij niet goed en kan ik in deze situatie niet doen wat ik wil of moet?
  • Heb ik meer of minder prikkels nodig?

Klik op de afbeelding om de prikkelmeter te downloaden. Deze kun je printen, uitknippen en met een splitpen in elkaar zetten.

Download hier onderstaande handleiding.

 

Video

Bekijk hiernaast de video, waarin ik aan kinderen uitleg hoe ze de prikkelmeter kunnen gebruiken.

Type

Kenmerken

Omschrijving

Gedachten

Behoefte

Onderprikkeld Actief
  • druk
  • spontaan
  • uitbundig/chaotisch
  • vraagt veel aandacht
  • gaat maar door

Een onderprikkeld kind kan op zoek gaan naar extra prikkels om meer alert te worden. Het kan gebeuren dat hij daarin ‘doorschiet’ en te druk of zelfs hyper wordt.

Ik wil bewegen!

  • Ik wil met iets friemelen
  • Uhm, sorry, ben wat chaotisch geloof ik…
  • Ik wil bewegen, iets doen, van die stoel af, nu!!

Activering

Onderprikkeld Passief
  • flexibel en sloom
  • stoort zich niet snel
  • mist informatie
  • is moeilijk te bereiken
  • gaat maar door

Een onderprikkeld kind kan sloom en slaperig zijn omdat hij prikkels mist en niet op zoek gaat naar extra en sterkere prikkels.

Ik voel me sloom

  • Ik hoorde helemaal niet dat iemand me drie keer riep
  • Het lukt me gewoon echt niet om erbij te blijven
  • Ik heb delen van de spannende film/instructievideo gemist, ik zat af en toe te dromen

Activering

Overprikkeld Actief
  • gestructureerd
  • besluitvaardig
  • met oog voor detail
  • snel gespannen
  • wil controle hebben

Een overprikkeld kind kan heel gespannen worden van prikkels waar hij last van heeft. Hij kan proberen de prikkels te controleren, zodat hij wel prikkels ervaart die hem helpen en prikkels vermijdt die hij vervelend vindt. Daarmee kan hij druk in de weer zijn.

Ik wil controle!

  • Ik wil dat het precies zo gaat als ik zeg
  • Ik weet al precies hoe ik dat aan ga pakken
  • Hoe lang zijn we daar dan en wat doen we erna?

Kalmering

Overprikkeld Passief
  • gevoelig
  • opmerkzaam
  • vindt rust prettig
  • nerveus
  • kan opeens overstuur raken

Een overprikkeld kind dat ook gespannen is door te veel en te sterke prikkels en daar niets aan doet kan mopperen en nerveus zijn. Hij voelt zich misschien druk in zijn hoofd voelen en kan hyper zijn van alle prikkels die hem overspoelen.

Er past niets meer bij!

  • Ik voel me onrustig in mijn hoofd
  • Ik wil thuisblijven/in de klas blijven, ik wil niet mee
  • Ik heb veel last van jullie gepraat, mijn oren zijn moe

Kalmering

Neutraal
  • is in veel situaties op zijn plek
  • meestal vrolijk
  • ontspannen
  • voelt zich snel thuis

Een kind dat neutraal op zintuiglijke prikkels reageert, heeft over het algemeen geen last van te veel of te weinig prikkels, hij kan ze goed filteren. Daardoor wordt het minder belangrijk welke prikkels er in de omgeving zijn, hij kan doorgaans alle soorten en hoeveelheden prikkels aan.

Ik kan mijn taak doen

  • Ik word niet snel afgeleid, kan me goed concentreren op mijn huiswerk
  • Ik weet precies wat je mij gevraagd hebt
  • Hé, de deurbel/pauzebel gaat!

Geen

Afhankelijk van de situatie

Per situatie kan Ik kan mijn taak doen iets anders betekenen wat betreft het energieniveau van het kind. Tijdens het geven van een presentatie is het niet erg om heel energiek te zijn. Je bent daardoor heel alert en kunt snel reageren op bijvoorbeeld vragen. Ik kan mijn taak doen kan dan betekenen dat je best druk bent. Dus een druk kind zet de wijzer in deze situatie op het hondje. Als hij echter zo druk is dat hij delen van zijn spreekbeurt vergeet, dan gaat de wijzer naar de aap (die is enthousiast druk, hij wil bewegen) of de haas (die kan nerveus druk zijn, er passen geen prikkels meer bij).

Wanneer een kind tijdens de lunchpauze in het zonnetje zit te genieten van zijn boterham, dan mag hij best rustig zijn, want dat is prima voor die situatie. Dus een rustig kind zet de wijzer in deze situatie op Ik kan mijn taak doen. Maar als hij niet hoort dat hij geroepen wordt omdat de les weer begint, dan moet de wijzer op ik voel me sloom.