Zelfstandig Werken

Een groot deel van de tijd moeten leerlingen zelfstandig aan het werk.  Dat lukt niet altijd. Misschien ervaren ze teveel prikkels en stoort hen dat, of juist te weinig en kunnen ze zich daardoor niet concentreren op hun werk. Lees hier hoe de 4 types kunnen reageren.

Neutraal

  • Pakt spullen uit de lades. Moet even een beetje zoeken, er lagen nog wat werkbladen in de weg. Maar heeft een en ander vrij snel gevonden.
  • Stelt nog even een vraag aan de leerkracht en kan dan aan de slag.
  • Kijkt af en toe wat rond of friemelt met zijn potlood en gaat dan weer verder.
  • Stelt een vraag aan een klasgenoot of aan de leerkracht wanneer hij niet verder kan.
  • Kijkt na of hij alles gedaan heeft alvorens het werk op tijd in te leveren.

Onderprikkeld actief (is actief bezig om meer prikkels te krijgen)

  • Is lang bezig met het pakken van de benodigde spullen uit zijn lades. Ze liggen vol – naast boeken, werkboeken en schriften- met geurstiften, een etui, verschillende gummetjes, losse blaadjes, kneedgum, Tangle, elastiekjes, plakplaatjes, dropjes….
  • Gaat eerst nog een potlood slijpen. Kletst onderweg nog even met iemand, maar wordt door de leerkracht gevraagd om nu vooral aan de slag te gaan.
  • Terug bij het tafeltje beseft hij zich dat hij toch ook nog naar de wc moet. Roept naar de leerkracht om te vragen of dat mag.
  • Duwt zijn stoel naar achteren op twee poten en steekt zijn vinger op om een vraag te stellen. Kijkt in het rond.
  • Levert te snel het werk in (heeft een vraag niet gezien en overgeslagen, was met andere dingen bezig).

Onderprikkeld passief (is niet bezig om meer prikkels te krijgen)

  • Kan de benodigde spullen niet zo goed vinden in haar lades. Ze zitten volgepropt met verfrommelde stukken papier, oude potloden zonder punt, kleine, onbruikbare stukjes gum, knutselwerkstukken die al mee naar huis gemoeten hadden, schriften en (werk)boeken door elkaar heen en schots en scheef gestapeld.
  • Kan niet alles vinden, blijft een beetje besluiteloos zitten, af en toe wat rommelend in haar lades. Totdat de leerkracht of een klasgenoot de juiste spullen bij elkaar helpt zoeken.
  • Weet niet precies meer wat zij moet doen. Probeert een beetje bij een klasgenoot te kijken en zoekt wat in haar boek. Steekt om te beginnen geen vinger op.
  • Steekt later wel haar vinger op, maar droomt een beetje weg wanneer er geen reactie komt. Bladert verder in haar boek.
  • Wanneer de leerkracht haar eindelijk gezien heeft en zij de juiste instructies heeft gekregen kan zij aan de slag. Er is niet voldoende tijd meer om de hele opdracht af te maken.
460x500 Beer

Overprikkeld actief (is zichzelf aan het kalmeren)

  • Pakt snel de spullen uit zijn lades. Die zijn netjes opgeruimd; schriften en werkboeken aan de ene kant, boeken aan de andere kant. Alle pennen, potloden en gummen in een etui. Liniaal, aan de zijkant. Friemelspulletjes in een gesloten ziplock-zakje.
  • Pakt verschillende kleuren pennen, een liniaal om te kunnen onderstrepen, typex en een kladblaadje.
  • Alvorens te beginnen zet hij zijn leerboek rechtop, zodat hij daar een beetje achter kan verdwijnen.
  • Hij heeft alle instructies gehoord en begrepen.
  • Doet zijn vingers in zijn oren en kauwt op de veter van zijn capuchon tijdens het lezen van de opdracht. Kauwt op de veter en friemelt met een paperclip tijdens het schrijven.
  • Raakt steeds meer gespannen tijdens het maken van de opdracht door afleidende geluiden en bewegingen. Heeft de opdracht op tijd af, is wel vermoeid.
400x500 Kat

Overprikkeld passief (is zichzelf niet aan het kalmeren)

  • Wil snel spullen uit haar lades pakken, maar raakt verstrikt in de rommel. Er ligt bijvoorbeeld een rommelige stapel oude opdrachtvellen die ze al lang mee naar huis had moeten nemen, pennen die het niet meer doen en stompjes potloden. Ze is weer vergeten om de lades op te ruimen.
  • Heeft uiteindelijk alles gevonden. Wisselt dan toch nog even van potlood, want deze heeft eigenlijk een te dik handvat en dat schrijft niet lekker.
  • Steekt haar vinger op om nog wat te vragen. Wordt niet direct gezien door de leerkracht en blijft minutenlang met de vinger omhoog zitten. Raakt zeer geïrriteerd maar doet geen poging om op te vallen.
  • Wiebelt met haar been, gaat vaak verzitten tijdens het maken van de opdracht. Kijkt geërgerd om zich heen naar veroorzakers van geluiden..
  • Heeft de opdracht op tijd af, maar is tegen het eind zeer geërgerd.
360x500 Haas