Handleiding van de Prikkelmeter

De prikkelmeter is een instrument waarmee kinderen leren (vertellen) wat hun prikkelbehoefte is.

  • Voel ik mij precies goed in deze situatie en klopt de hoeveelheid prikkels die ik ervaar?
  • Voel ik mij niet goed en kan ik in deze situatie niet doen wat ik wil of moet?
  • Heb ik meer of minder prikkels nodig?

Klik op de afbeelding om de prikkelmeter te downloaden. Deze kun je printen, uitknippen en met een splitpen in elkaar zetten.

Download hier onderstaande handleiding.

De linker- en rechterkant van de prikkelmeter

Het lijkt er op het eerste gezicht op dat de linkerkant van de prikkelmeter onderprikkelde kinderen aanduidt en de rechterkant overprikkelde kinderen. Het is inderdaad zo dat kinderen die te rustig of sloom zijn waarschijnlijk onderprikkeld zijn en activering kunnen gebruiken.

Voor kinderen die te druk of hyper zijn kan echter gelden dat ze onder- óf overprikkeld zijn. Dat maken we duidelijk aan de hand van deze voorbeelden:

  • Een onderprikkeld kind kan op zoek gaan naar extra prikkels om meer alert te worden. Het kan gebeuren dat hij daarin ‘doorschiet’ en te druk of zelfs hyper wordt.
  • Een overprikkeld kind kan heel gespannen worden van prikkels waar hij last van heeft. Hij kan:
    • zich te druk in zijn hoofd voelen;
    • hyper worden van alle prikkels die hem overspoelen;
    • te druk in de weer zijn om prikkels te vermijden;
    • gestrest zijn door de overprikkeling en zich daardoor nerveus en te druk of hyper gedragen.
Afhankelijk van de situatie

Per situatie kan precies goed iets anders betekenen. Tijdens het geven van een presentatie is het niet erg om gespannen te zijn. Je bent daardoor heel alert en kunt snel reageren op bijvoorbeeld vragen. Precies goed kan dan betekenen dat je best druk bent. Dus een druk kind zet de wijzer in deze situatie op precies goed. Als hij echter zo druk is dat hij delen van zijn spreekbeurt vergeet, dan gaat de wijzer naar te druk.

Wanneer een kind tijdens de lunchpauze in het zonnetje zit te genieten van zijn boterham, dan mag hij best rustig zijn, want dat is precies goed voor die situatie. Dus een rustig kind zet de wijzer in deze situatie op precies goed. Maar als hij niet hoort dat hij geroepen wordt omdat de les weer begint, dan moet de wijzer op te rustig of sloom.

De hondjes

Welke uitspraken kunnen bij de hondjes horen? We geven je een aantal voorbeelden:

SLOOM (onderprikkeld)
  • Ik hoorde helemaal niet dat iemand me drie keer riep
  • Het lukt me gewoon echt niet om er bij te blijven
TE RUSTIG (onderprikkeld)
  • Ik heb delen van het filmpje gemist, ik zat af en toe te dromen
  • Oh, was ik aan de beurt?
PRECIES GOED (in balans)
  • Ik wordt niet snel afgeleid, kan me goed concentreren
  • Ik weet precies wat ik moet doen
TE DRUK (onder- of overprikkeld)
  • Ik kan niet zo goed stilzitten
  • Ik voel me onrustig in mijn hoofd
HYPER (onder- of overprikkeld)
  • Ik wil heel veel bewegen, iets doen, van die stoel af, nu!!
  • Ik stuiter in het rond!