Het is lekker weer en veel mensen hebben hun deur open staan. Zo ook bij ons in de buurt en dan vang je wel eens wat op … Ik hoor een kind aan de overkant van de binnentuin helemaal uit haar dak gaan. Zo te horen is ze erg ongelukkig. Ze schreeuwt de longen uit haar lijf, al een minuut of tien lang. Alleen ‘mamamamama’ hoor je er af en toe in.

Kinderen kunnen volledig instorten en bij sommige kinderen gaan dan alle stoppen los. Ze gillen, huilen, krijsen, schoppen en slaan en het is bijna onmogelijk om ze stil te krijgen. Het is duidelijk anders dan een driftbui omdat het kind iets niet mag. Nee, dit is een ‘instort-aanval’ die wel een half uur of langer duren kan en die meestal niet in verhouding staat tot wat er net daarvoor gebeurd is (maar misschien wel tot wat er de hele dag geweest is of de laatste twee dagen opgebouwd is).

Een ‘instort-aanval’ kan ontstaan doordat er zich zoveel prikkels opgestapeld hebben, dat het kind overspoeld is en uitgeput raakt. De hersenen gebruiken heel veel energie om alles te verwerken. Er is teveel gebeurd en er is te weinig tijd om te herstellen. Dat proces is nog steeds gaande.

Slopend voor het kind en slopend voor de ouder of leerkracht. En aan beide kanten is de onmacht groot. Het kind kan niet stoppen en de ouder weet niet wat te doen. Hier zijn wat tips:

Auditieve prikkels (geluiden) en visuele prikkels (beelden)

  • Praat rustig, zodat je geen extra auditieve prikkels toevoegt, bijvoorbeeld door een te hoog stemvolume.
  • Haal andere auditieve prikkels weg: zorg dat er maar één persoon tegen het kind praat en probeer weg te komen van andere geluiden (mensen in de omgeving, radio, telefoon, televisie).
  • Beweeg rustig en haal visuele prikkels zoveel mogelijk weg. Vraag anderen weg te gaan, zet de tv uit of blokkeer het zicht van het kind als je niet uit de situatie weg kunt.
  • Door je zachte stem en rustige bewegingen kun jij een baken voor het kind zijn, jij straalt de rust uit waar het kind ‘heen kan bewegen’.
  • Laat het kind zelf wel lawaai maken en bewegen, dat kan helpen om frustraties te ontladen. Dus huilen en bewegen is prima.

Omgevingsprikkels

  • Eén persoon bemoeit zich maar met het kind. Diegene die het meest de rust bij zichzelf kan bewaren. Twee of meer personen die met het kind proberen te communiceren zijn teveel prikkels voor het kind. Het kost al heel veel energie om zich op een persoon te richten, twee personen brengt teveel onrust.
  • Communiceer alleen maar met het kind en bemoei je zo min mogelijk met de omgeving, dat zorgt voor teveel prikkels voor het kind.
  • Als je thuis bent, breng het kind dan naar zijn bed, het kan dan onder de dekens weg kruipen en zijn knuffels vasthouden. Zo komen er geen onbekende prikkels bij en kan het kind even bijkomen. (Het kan zijn dat je het kind er heen moet tillen of duwen)
  • Alternatieven zijn onder een deken op de bank; in een grote stoel; of op de achterbank in de auto. Zonodig kan het kind wegkruipen onder de grote jas van papa of mama, of achter een opengeklapte paraplu.

Tastprikkels

  • Wrijf (als het ergste voorbij is) af en toe rustig over de haren en rug van het kind. Doe dat stevig en langzaam. Op deze manier kalmeert het kind (en jou misschien ook wel). Kijk en luister naar de reactie. Wrijven met een deken ertussen is misschien fijner en makkelijker te accepteren.
  • Als het kan, laat het kind dan een warme douche of een warm bad nemen nadat het huilen gestopt is. Stel de temperatuur in zoals het kind het lekker vindt. Het kan daarmee de laatste negatieve emoties van zich af laten spoelen. En de (neutrale) warmte kalmeert nog verder.
  • Na het douchen kan het kind bij je komen zitten en door het een ferme knuffel te geven, krijgt het kind diepe druk die nog verder kalmeert.

Succes! En ik hoop dat mijn overbuurvrouw dit ook leest 😉

You may also like

No Comment

You can post first response comment.

Leave A Comment

Please enter your name. Please enter an valid email address. Please enter a message.