Uitleg over ZiP

Klik op de titel om de tekst te lezen.

Deze keer willen we aandacht vragen voor ONDERPRIKKELD zijn. We merken dat het een minder bekend fenomeen is en dat er misverstanden bestaan, bijvoorbeeld over wat druk gedrag betekent. Omdat overprikkeld zijn veel bekender is, wordt druk gedrag vaak in die categorie geplaatst. Maar wist je dat drukke kinderen net zo goed onderprikkeld kunnen zijn?

 

Onderprikkeld

ONDER-prikkeld zijn betekent dat de hersenen te streng filteren en heel veel prikkels, die belangrijk of interessant zijn, niet doorlaten. Daardoor mis je informatie en blijf je wat slaperig en inactief. Pas als de zintuiglijke prikkels langer duren of veel sterker zijn, word je de prikkels bewust.

Er zijn leerlingen die zelf op zoek gaan naar extra prikkels. Zij zijn actief aan het wiebelen, friemelen, wippen en praten. Ze zijn altijd in de weer. Eigenlijk is het heel vaardig, dat ze prikkels zoeken. Want dat is wat ze nodig hebben om op te kunnen letten.

Dat drukke gedrag kan echter verkeerd ingeschat worden. Sommige leerkrachten denken dat deze leerlingen zo druk zijn omdat ze teveel prikkels binnen krijgen en daar last van hebben. Hun oplossing is dan om het kind een rustige plek te geven, zodat er minder storende prikkels zijn. Een prima oplossing, als het kind inderdaad overprikkeld is.

Maar er kan dus iets anders aan de hand zijn. Wanneer de leerling geen verbetering laat zien en op zijn rustige plek nog steeds druk blijft doen…. dan is deze leerling misschien wel onderprikkeld en heeft hij juist meer zintuiglijke prikkels nodig om goed op te kunnen letten.

Een kind dat onrustig is en zich niet kan concentreren kan overprikkeld zijn zonder dat jij als ouder of leerkracht kunt plaatsen waar dat van komt. Naar jouw idee gebeurt er in de omgeving niets heftigs.

Bij zintuiglijke prikkels denk je al snel aan geluiden, aanraking en beelden. Die prikkels komen allemaal van buiten je lichaam. Maar zintuiglijke prikkels komen ook van binnenin je lichaam. Je hebt dus sensoren die prikkels waarnemen van buiten je lichaam, exteroceptoren (gehoor, zicht en tast bijvoorbeeld) en sensoren die prikkels waarnemen van binnen in je lichaam, interoceptoren:

Beweging bijvoorbeeld, wordt geregistreerd door interoceptoren, deze zitten in spieren en gewrichten. Een gespannen blaas en maagpijn worden ook waargenomen door interoceptoren. Als je dus pijn in je lichaam hebt of een volle blaas voelt, dan zijn dat ook zintuiglijke prikkels. Het zijn daarbij ook nog eens hele belangrijke (VIP) prikkels, die voorrang krijgen omdat ze met overleving te maken hebben.

 

Overprikkeld

Een kind dat buikpijn heeft of naar de wc moet kan zich moeilijk op iets anders controleren. De prikkel uit zijn lichaam is daarvoor te overheersend. Hoe ouder je wordt, hoe beter je die prikkel uit je lichaam ‘in de wacht’ kan zetten. Maar kinderen kunnen dat nog niet. Het is dus goed om je te beseffen dat zintuiglijke prikkels zowel van buiten als van binnen in het lichaam kunnen komen.

TIP: Is een kind onrustig, lijkt het overprikkeld en zie jij niet direct een oorzaak in de omgeving? Vraag het kind wat er mis is. Of het misschien pijn heeft of naar de wc moet.

ZiP, oftewel zintuiglijke prikkelverwerking, is ook bekend onder de naam SI (sensorische informatieverwerking). Nu komen wij regelmatig tegen dat ouders of leerkrachten zeggen dat een kind ‘SI heeft’. Dat klinkt als een diagnose van een bepaalde aandoening. En dan nog wel van een vervelende aandoening. Toch is dat gelukkig niet vaak het geval. Hoe zit het dan wel?

 

‘Heb’ je SI?

Eigenlijk ‘heeft’ iedereen SI of ZiP. Dat is maar goed ook, want dat betekent dat iedereen zintuiglijke prikkels verwerkt. Prikkels worden wel of niet doorgelaten tot de hersenschors en krijgen daarvoor een prioriteit van het ‘prikkelfilter’ (onze portier uit het boek). Maar die kan in de war zijn. Dan is er sprake van een verstoorde prikkelverwerking en dat merk je aan gedrag. Veel mensen zijn onderprikkeld of overprikkeld, maar dat wil niet zeggen dat iemand echt een stoornis heeft. Je kunt dan wel constateren: “Hij is ’s middags snel overprikkeld” of “zij krijgt veel informatie niet goed mee omdat zij onderprikkeld is”.

Natuurlijk zijn er speciale situaties waarbij de prikkelverwerking erg afwijkt. Iemand kan bijvoorbeeld de héle dag last hebben van het niet goed verwerken van zintuiglijke prikkels. Een specialist kan dat met behulp van een vragenlijst vaststellen. Hij kan observeren of iemands prikkelverwerking wezenlijk verschilt met die van het gemiddelde. Dan zou je kunnen zeggen dat er sprake is van een ‘sensorische informatieverwerkingsstoornis’.

Wat vooral belangrijk is, is dat iedereen weet dat je onder- of overprikkeld kunt zijn. En wat je daar dan aan kunt doen. (Dat is wat wij delen via allerhande kanalen; deze site, onze facebook pagina, ons boek en via workshops, lezingen en cursussen).
Tijdens onze lezingen en workshops vertellen mensen ons dat zij het soms moeilijk vinden om te zien of een leerling onder- of overprikkeld is, ondanks dat zij ons boek gelezen hebben of op een andere manier basiskennis over zintuiglijke prikkelverwerking hebben opgedaan. Je hebt een wat geoefend oog nodig om onder- en overprikkeling te herkennen
.

Overzichtslijst

Wij hebben daarom een handige overzichtslijst gemaakt. Hierop staan voorbeelden van specifiek gedrag dat onderprikkelde of overprikkelde leerlingen laten zien. Wanneer je basiskennis hebt verworven over zintuiglijke prikkelverwerking, kan de overzichtslijst je helpen tijdens je observaties. Daarop kun je zien of het omschreven gedrag lijkt op het gedrag van jouw leerling.

OP DE LIJST STAAT OOK GEDRAG DAT JE KUNT ZIEN BIJ LEERLINGEN UIT SPECIAAL ONDERWIJS MET BIJVOORBEELD EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING. Een voorbeeld: Jij ziet een leerling die heftig aan het bewegen is en overstuur lijkt. In de lijst zie je bij Overprikkeld en Actief: ” wiegt heftig heen en weer”, soortgelijk gedrag als wat jij ziet. Zie je vaker dat deze leerling zich af probeert te schermen van prikkels uit zijn omgeving? Deze leerling heeft baat bij een kalmerende strategie, want het heftig heen en weer wiegen kan als doel hebben om storende prikkels buiten te sluiten.

Ga naar deze pagina. De overzichtslijst vind je onderaan.

Van drukke leerlingen wordt vaak gedacht dat die overprikkeld zijn. Maar deze leerling kan ook heel goed onderprikkeld kan zijn. Het is soms best lastig om het verschil te herkennen. Hier lichten we toe wat het belangrijkste kenmerk is waardoor je kunt zien of een drukke leerling onder- of overprikkeld is. Het heeft vooral met de mate van gespannenheid te maken.

 

Onderprikkeld

Bij een ONDERPRIKKELDE leerling, die aan het hyperen is, zie je vooral enthousiasme en onstuimig gedrag. Dit kind heeft er plezier in. Hij is echter iets té enthousiast en dat stoort hem en de omgeving.

 

Overprikkeld

Bij een OVERPRIKKELDE leerling, die aan het hyperen is, zie je vooral stress en nerveusheid. Dit kind is overspoeld door alle zintuiglijke prikkels en voelt zich niet prettig. Het kind ‘draait door’ en laat extreme emoties zien.

Hiernaast staat een schema uit ons boek met alle kenmerken, klik er op om een grotere afbeelding te openen.

We leggen regelmatig uit hoe onder- of overprikkeld gedrag er uit kan zien. Voor onderprikkelde kinderen geldt dat zij vaak op zoek gaan naar EXTRA PRIKKELS om het tekort aan te vullen. Dat kan leiden tot druk gedrag.

Wij weten dat een beter begrip van de redenen achter dit gedrag kan leiden tot een andere houding ten opzichte van DRUKKE KINDEREN.

We hebben een mooi voorbeeld gevonden van onderprikkeld gedrag, waarbij heel veel moeite wordt gedaan om extra prikkels te vinden. Wij hopen dat alle PRIKKELZOEKERS net zo geaccepteerd zullen worden als deze kat door haar ‘forever loving mom’!

Stel je voor, jij als leerkracht of ouder bent een ENORME PRIKKELZOEKER. Het kan voor jou niet genoeg zijn, je wilt altijd MEER! Je wilt bijvoorbeeld altijd nieuwe dingen proberen, veel mensen om je heen hebben en je grijpt elke mogelijkheid aan om een feestje te bouwen. Je bent geboren om te dansen, de hele dag (en nacht?) door!

Rustliefhebber
Wat als jouw leerling of kind een RUSTLIEFHEBBER is? Dat hij heerlijk geniet van het voor zich uit staren, zijn gezicht naar de zon wendt, zijn ogen dicht doet en minutenlang zo kan blijven zitten. Iemand die zich het allerbeste voelt wanneer er rust heerst en zich dan van zijn best kant kan laten zien?
Prikkelprofielen
Tja. Dan matchen jullie PRIKKELPROFIELEN niet zo goed…  Goed om te weten, zodat je rekening met elkaar kunt houden. Leer jouw eigen prikkelprofiel kennen en dat van de mensen waar jij de dag mee doorbrengt (bijvoorbeeld door het laatste hoofdstuk van ons boek te lezen; Wiebelen en friemelen in de klas).
De prikkelzoeker (onderprikkeld) kan checken bij de rustliefhebber (overprikkeld) óf en voor hoe lang hij het leuk vindt om betrokken te worden in zijn wilde plannen. 
De rustliefhebber kan vertellen of hij mee wil doen en zo ja, wanneer het voor hem genoeg is. En hij kan uitleggen dat hij juist heel erg geniet van kijken, en niet zozeer van meedoen. 
Samen dansen

In het filmpje zien we een prikkelzoekende moeder, zij lijkt ‘geboren om te dansen’. De vraag is of het kind ook zo blij is met die ‘dans’. Het kind lijkt soms een pauze te willen inlassen. Maar ja, tegen zoveel moederliefde is niemand opgewassen…

“Vroeger kregen ze al die labels niet. En vroeger waren sommige kinderen ook echt wel druk hoor”. Er is veel discussie over kinderen met zogenaamd ‘probleem-gedrag’. “Waar is al dat ‘ge-label’goed voor? Dat was vroeger toch ook niet nodig?”, is een veel gehoord argument. Hebben kinderen dan echt meer probleemgedrag dan vroeger? Je zou het bijna denken.

Vanuit onze specialisatie, zintuiglijke prikkelverwerking, kijken wij met de ZiP-bril op naar dit gedrag. Onze gedachten over drukke kinderen en ‘probleemgedrag’ zijn:

  1. kinderen bewegen veel minder
  2. kinderen moeten langer en meer stilzitten dan vroeger
  3. druk gedrag wordt slechter getolereerd

 

Er wordt te weinig bewogen!

Kinderen zijn minder lichamelijk actief dan vroeger. Er wordt minder buiten gespeeld, want kinderen doen nu meer spelletjes achter een scherm. Ze helpen ook minder in het huishouden. Boodschappen halen we op zaterdag met de auto. De was ophangen, gras maaien, de auto wassen, al deze (heitje voor een karweitje) klusjes worden nu aan machines uitbesteed. Kinderen hebben veel minder bewegingsruimte, omdat ze minder buiten komen. En ook in de klas is er geen ruimte om te bewegen. Tijdens onze observaties zien wij de kinderen vooral stilzitten.

 

Waarom is meer bewegen zo goed om ‘probleemgedrag’ tegen te gaan?
  • ONDERPRIKKELDE kinderen zullen minder druk gedrag vertonen omdat ze de nodige bewegingsprikkels krijgen.
  • OVERPRIKKELDE kinderen kunnen tijdens beweegmomenten de opgebouwde spanning kwijt, veroorzaakt door een teveel aan zintuiglijke prikkels. Want ook dat kan druk gedrag veroorzaken.

Ouders en leerkrachten kunnen meer bewegen stimuleren. Want hoewel mijn zoontje teleurgesteld (zacht uitgedrukt) is wanneer hij met zijn vriendjes niet achter de computer mag, is hij binnen de kortste keren toch met hen een hut aan het bouwen in het park, een balspel aan het doen of de buurt aan het afstropen met de bolderkar van een vriendje.

 

In de klas

Ook in de klas kan er veel meer bewogen worden. Doe samen tussendoor eens een paar jumping jacks, een dansje of bedenk een yell met elkaar waar ook bij geklapt en gesprongen moet worden. Het is dus heel eenvoudig om even lekker lichamelijk actief te zijn. En daarna kan iedereen weer veel beter aan het werk.

De termen HOOGSENSITIEF en (zintuiglijk) OVERPRIKKELD worden nog wel eens door elkaar gebruikt. Tijdens onze workshops krijgen wij dan de vraag: “Overprikkeld, dat is toch hetzelfde als hoogsensitief?!” Wij begrijpen wel hoe die verwarring tot stand komt, want er is wel sprake van overlap. Maar je kunt de termen niet door elkaar gebruiken.

 

Zintuiglijke overprikkeld

Wanneer je het hebt over zintuiglijk overprikkeld zijn, dan gaat het alleen over de prikkels die via jouw zintuigen binnenkomen. Fysieke prikkels. Die worden te veel en te sterk doorgelaten door het ‘prikkelfilter’. Je wordt je daardoor meer dan gemiddeld bewust van zintuiglijke prikkels. Een label in je T-shirt doet pijn, omdat de tastprikkel heel heftig wordt doorgegeven. Je wordt duizelig van op een keukentrapje staan, omdat je te snel signalen krijgt van je evenwichtsorgaan dat je dreigt te vallen.

 

Hoogsensitief

Hoogsensitief heeft niet alleen te maken met overgevoelig zijn voor zintuiglijke prikkels. Er is ook een rol weggelegd voor emotionele prikkels. Wanneer hoogsensitieve mensen spreken over overprikkeld zijn, bedoelen zij ook dat zij overrompeld worden door gedachten en gevoelens. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met perfectionistme, intens meevoelen met de positieve en negatieve emoties van anderen en het oppikken van heel veel details.

De overlap is dat er bij beiden sprake is van een teveel aan prikkels. En bij hoogsensitiviteit zijn dat niet alleen de fysieke, maar ook de emotionele prikkels.

Jouw leerling doet helemaal niet mee en het lukt je niet om haar erbij te halen. Je krijgt geen oogcontact en ze reageert niet op jouw pogingen om haar aandacht te krijgen. Ze heeft vast niet genoeg geslapen, denk je. Of is ze onderprikkeld? Daar heb je het een en ander over gehoord. De leerling krijgt dan niet genoeg prikkels om alert te kunnen blijven en goed op te kunnen letten.

Wij denken nu: Geweldig! Je hebt de ZiP-bril opgezet! Je kijkt naar het gedrag en bedenkt je of het te maken kan hebben met Zintuiglijke Prikkelverwerking. Wanneer de leerling niets doet en niet reageert, kan hij inderdaad ONDERPRIKKELD zijn en dus activering nodig hebben. Maar er kan ook iets anders aan de hand zijn… Een OVERPRIKKELDE leerling kan ook niets meer doen en niet meer reageren, dat is zijn manier om er voor te zorgen dat er niet nóg meer prikkels binnen komen. Bedenk je in dit geval dus of het toch niet overprikkeling kan zijn, want dan heeft hij juist kalmering nodig.

Hoe zie je het verschil? Door te kijken naar de ogen, ademhaling, spierspanning en emotie. Zo kun je zien of je met een onder- of overprikkelde leerling te maken hebt. Hiernaast staat een schema uit ons boek met alle kenmerken, klik er op om een grotere afbeelding te openen.

Op onze informatie over passieve leerlingen en of ze nu onder- of overprikkeld zijn, kwamen een aantal reacties. Er was herkenning dat overprikkelde kinderen er ook uit kunnen zien zoals omschreven in het schema bij ónderprikkeld. Met de zorg dat de leerling dan wellicht niet op de juiste manier ondersteund zou worden. Hierbij nog wat tips om de best passende strategie te kiezen:

Het doel van een strategie is altijd dat de leerling zich beter voelt. Het gaat er niet direct om dat je hem er weer ‘bij kunt trekken’. Zeker bij het overprikkelde kind kan dat niet direct. Die heeft tijd nodig om te herstellen van het teveel aan prikkels voordat hij weer mee kan doen.

Wanneer je observeert dat een leerling zich teruggetrokken heeft door overprikkeling, is jouw doel ervoor te zorgen dat hij kan kalmeren, waardoor hij zich beter voelt. Afhankelijk van de situatie kun je bijvoorbeeld de leerling:

  • even met rust laten
  • vragen wat hij nu nodig heeft
  • een rustige plek bieden
  • een gehoorbeschermer geven of zijn capuchon op laten zetten
  • geruststellen over het te maken werk door taken aan te passen
  • op een later moment een checklijst maken waardoor hij beter overzicht heeft over zijn werk

Omdat je graag goed voor je leerlingen zorgt, heb je wellicht de neiging om iets te willen dóen. Onze tip is om soms even achteruit te stappen en te wachten. Want soms is het beter om even niets te doen.