De vier types

De informatie die nu volgt, kun je ook lezen in ons boek. Daar geven we volop voorbeelden en boeiende achtergrondinformatie! 

Prikkeltypes

Onderstaand leggen we vier verschillende ‘prikkeltypes’ uit. Je kunt een prikkeltype herkennen door naar iemands manier van zintuiglijke prikkelverwerking te kijken. Wij noemen dat: kijken door de ZiP-bril. Met de ZiP-bril op kun je zien dat sommige mensen problemen met hun zintuiglijke prikkelverwerking hebben.

De vier types zijn ontwikkeld door Winnie Dunn (Dunn’s model of sensory processing, 1997). Zij omschreef als eerste vier verschillende profielen van zintuiglijke prikkelverwerking.

Onderaan deze pagina vind je een overzicht van gedrag dat je bij de 4 types kunt zien, dat kun je downloaden en gebruiken (met bronvermelding). In dit document vind je ook een toevoeging van gedrag dat je bij mensen met een verstandelijke beperking kan zien wanneer zij onder- of overprikkeld zijn.

Te weinig of te veel prikkels

De 4 omschreven types hebben allemaal een andere manier van omgaan met hun verstoorde zintuiglijke prikkelverwerking. Die verstoring bestaat er uit dat zij óf te weinig prikkels bewust worden (veel prikkels worden als ‘saai’ bestempeld door de hersenen) óf dat zij veel te veel prikkels bewust worden (veel te veel prikkels krijgen het stempel ‘VIP’ en ‘interessant’). Aan hun gedrag zie je of ze prikkels opzoeken, juist vermijden of eigenlijk zelf niets doen.

Om de verschillen duidelijker te maken, hebben wij alle types uitvergroot. Mengtypes komen ook voor, dus wellicht herken je jezelf of mensen om je heen in meerdere types. We zetten plaatjes en foto’s bij elk type om je te helpen een goed beeld te krijgen.

1. Onderprikkeld en Actief (is actief bezig om meer prikkels te krijgen)

Omdat er te weinig prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, krijgt deze persoon geen signalen dat er iets aan de hand is of iets gebeuren moet. Deze persoon blijft daardoor wat slomer of slaperiger.

De onderprikkeld actieve persoon gaat zelf op zoek naar extra prikkels. Die prikkels mogen van hem langer duren, harder zijn en vaker herhaald worden dan iemand met een gemiddelde zintuiglijke prikkelverwerking. Hij krijgt dus niet snel genoeg van prikkels; want prikkels ─ véél prikkels ─ zijn juist fijn!

 

Kernwoorden

Druk, spontaan, uitbundig/chaotisch, vraagt veel aandacht, gaat maar door

 

Wat is typerend?

Deze persoon

  • wil graag méér, groter, harder en vooral veel nieuwe ervaringen;
  • is ‘altijd in de weer’;
  • gaat graag op bezoek of naar feestjes, festivals, de kermis;
  • varieert met routines en regels, altijd maar hetzelfde is saai;
  • houdt van felle kleuren en pittige smaken;
  • is heel enthousiast en impulsief, ziet overal mogelijkheden;
  • leert het liefst met de radio aan en beweging om zich heen;
  • vindt het lastig om af te stemmen op anderen, merkt hun behoefte minder op;
  • wordt ongeduldig wanneer er rust is, verveelt zich snel;
  • is soms zo actief dat concentreren op één ding lastig is;
  • kan in een omgeving met weinig prikkels niet goed functioneren;
  • moet erbij geroepen worden, is met andere dingen bezig.

2. Onderprikkeld en Passief (is niet bezig om meer prikkels te krijgen)

Omdat er te weinig prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, krijgt deze persoon geen signalen dat er iets aan de hand is of iets gebeuren moet. Deze persoon blijft daardoor wat slomer of slaperiger.

De onderprikkeld passieve persoon gaat niet zelf op zoek naar de extra prikkels die hij nodig heeft. Daardoor blijft hij slomer en mist hij informatie. Wanneer die prikkels wel op zijn pad komen, kan hij daar van genieten.

 

Kernwoorden

Flexibel en sloom, onverschillig, mist informatie, is moeilijk te bereiken

 

Wat is typerend?

Deze persoon

  • is rustig en heel flexibel, het maakt allemaal niet zoveel uit;
  • kan zich goed concentreren, wordt niet snel afgeleid;
  • is zich er niet van bewust dat hij informatie mist;
  • raakt niet snel van streek;
  • presteert goed onder druk (merkt die niet zo op);
  • heeft de rust om goed over dingen na te denken;
  • leert het best met drukte om zich heen;
  • lijkt ongeïnteresseerd;
  • is regelmatig traag en vergeetachtig;
  • mist soms belangrijke informatie, zoals zijn naam als hij geroepen wordt;
  • moet erbij geroepen worden, mist instructies;
  • mist het overzicht om goed te kunnen plannen.

3. Overprikkeld en Actief (is zichzelf aan het kalmeren)

Omdat er te veel prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, wordt deze persoon overspoeld door prikkels. Het is daardoor lastig om de prikkels die op dat moment belangrijk zijn er uit te filteren.

De overprikkeld actieve persoon probeert zelf de hoeveelheid prikkels in zijn omgeving te beïnvloeden, zodat hij niet de hele tijd overprikkeld raakt. Hij probeert onprettige prikkels te vermijden en zoekt prikkels op die hem kalmeren.

 

Kernwoorden

Gestructureerd en besluitvaardig, met oog voor detail, snel gespannen, wil controle hebben

 

Wat is typerend?

Deze persoon

  • creëert routines en rituelen om de dag te managen
  • kan heel goed plannen en structuur creëren;
  • vindt het prettig om tijd alleen door te brengen;
  • vergeet niet snel iets;
  • merkt alles op;
  • eet het liefst dingen met vertrouwde, subtiele smaken;
  • leert het liefst volgens een vaste structuur, duidelijke planning en met rust om zich heen;
  • is inflexibel;
  • wil bepalen hoe dingen gaan;
  • heeft snel last van anderen;
  • kan nogal emotioneel worden;
  • verzet zich tegen verandering.

4. Overprikkeld en Passief (is zichzelf niet aan het kalmeren)

Omdat er te veel prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, wordt deze persoon overspoeld door prikkels. Het is daardoor lastig om de prikkels die op dat moment belangrijk zijn er uit te filteren.

De overprikkeld passieve persoon is niet veel bezig om de  hoeveelheid prikkels in zijn omgeving te beïnvloeden, waardoor hij regelmatig overprikkeld raakt.

 

Kernwoorden

Gevoelig, opmerkzaam, vindt rust prettig, nerveus, kan opeens overstuur raken

 

Wat is typerend?

Deze persoon

  • merkt over het algemeen iedere prikkel op, zodra deze zich voordoet;
  • heeft een groot bewustzijn van de omgeving;
  • heeft oog voor detail;
  • werkt goed alleen;
  • weet wat iemand nodig heeft;
  • weet waar dingen liggen en onthoudt wat mensen vertellen;
  • leert het beste wanneer er geen afleidingen zijn;
  • wordt snel afgeleid;
  • kan erg mopperen of gaan huilen (over de last die ze van prikkels hebben);
  • is flexibel maar ziet de gevolgen er niet van in;
  • voelt zich onprettig bij veel en heftige prikkels;
  • is hyper en nerveus; schrikt doordat hij de prikkels niet verwacht.

Het 'neutrale' type

Er is natuurlijk ook een ‘neutraal’ type. Dat ben je wanneer je niet onder- of overprikkeld raakt door zintuiglijke informatie. Je maakt dan gebruik van de zintuigen om informatie te krijgen over je omgeving en van je eigen lichaam. Aan de hand van die informatie pas jij je gedrag aan:

  • Wanneer je het warm hebt, doe je kleding uit of zet je een raam open.
  • Wanneer het te donker is om te lezen, doe je meer licht aan.
  • Wanneer eten een onverwachte smaak heeft, spuug je het uit.
  • Wanneer je uit balans dreigt te raken, steek je een arm of been uit om de balans te herstellen.

Wanneer het allemaal werkt, dan heb je geen last van zintuiglijke informatie en krijg je voldoende informatie binnen. Dus ondanks de enorme hoeveelheid aan prikkels, haal jij het relevante er uit en kun je de onbelangrijke prikkels negeren.

Klik hieronder voor een lijst met een overzicht van mogelijk gedrag dat de 4 types laten zien. De lijst is aangevuld met gedrag dat je kunt zien bij mensen met een verstandelijke beperking.

Document: Gedrag van de vier types