IJskoud de lekkerste

Lekker een ijsje eten! En terwijl je dat de volgende keer doet, kijk eens om je heen. Zie je verschillen in hoe een ieder dat aanpakt? Misschien herken je dan één van de 4 types. Wij laten zien hoe ijs eten er met de ZiP-bril op, uit kan zien.

 

Neutraal (de zintuiglijke prikkelverwerking is in evenwicht)

  • Smaak: af en toe een favoriete smaak, af en toe iets nieuws.
  • Soms één bolletje, soms twee.
  • Soms nootjes, soms discodip, andere keren geen topping.
  • Betaalt, gaat lekker zitten en genieten.
  • Heeft weinig last van ijs dat op de hand drupt of in het gezicht zit.
  • Kan tijdens het ijs eten ook andere dingen doen.

 

Onderprikkeld actief (is actief bezig om meer prikkels te krijgen)

  • Kiest elke keer iets anders, let op de smaak maar ook op het uiterlijk (smurfenijs; wat bláuw!!)
  • Heeft het liefst drie bolletjes, want ze kan niet kiezen tussen al die interessante smaken; popcorn, bloedsinaasappel, walnoten met vijgen, after eight….
  • “Discodip, ja leuk, of… mag ik discodip én nootjes?”
  • Is meer bezig met waar te gaan zitten op het terras, dan met het ijsje dat al is gaan smelten en druppelen.
  • Is ook bezig met gesprekken en het checken van haar smartphone.

 

Onderprikkeld passief (is niet bezig om meer prikkels te krijgen)

  • Kiest random de smaken, maakt niet zoveel uit. Doe die witte en groene maar.
  • De ene keer één bolletje, de andere keer twee. “Wat jullie ook nemen.”
  • “Discodip? Ja hoor, prima, ziet er wel grappig uit. “
  • Heeft ijs om haar mond, aan haar handen, op haar kleren.
  • Geniet in zichzelf, merkt niet dat er servetjes van de tafel waaien. Eet het ijsje, verder niets.

 

Overprikkeld actief (is zichzelf aan het kalmeren)

  • Kiest vanille en vanille, of banaan en banaan. Niets raars, meestal dezelfde, vertrouwde smaak.
  • Kiest één bolletje. Met twee wordt het topzwaar en is er het risico dat het ijs van het hoorntje valt.
  • Probeert zeker geen discodip, dat ziet er veel te heftig uit.
  • Neemt bij de toonbank servetjes mee, eentje om om het hoorntje heen te wikkelen; dat vangt de druppels op. Dan nog eentje om handen of mond mee af te vegen en eentje extra.
  • Begint direct te likken, zodat het ijs niet op zijn handen lekt. Kiest een plaatsje in de schaduw om smelten (en daardoor druppelen) te verminderen.
  • Geeft anderen tips over aan welke kant ze moeten likken.
  • Eet beheerst, om ‘ijshoofdpijn’ te voorkomen.

 

Overprikkeld passief (is zichzelf niet aan het kalmeren)

  • Kan spijt hebben van de keuze voor een nieuwe smaak. Volgende keer toch maar weer de favoriet; cookie dough.
  • Eén of twee bolletjes, dat maakt niet zoveel uit. Duwt helaas, door iets te hard te likken, de bolletjes van het hoorntje af.
  • Die discodip neemt hij niet meer, die kraakt tussen je tanden.
  • Raakt afgeleid door gesmolten ijs dat op zijn hand druppelt, tijdens het afpoetsen houdt hij het ijs niet in de gaten en druppelt er nog meer.
  • Geniet van het ijsje, heeft misschien wel wat last van luidruchtige buren een tafeltje verder.

En op welke manier eet jij je ijsje? Laat het ons weten via het contactformulier.