Filmpjes Kijken op TV of Digibord

Leerlingen kijken in de klas regelmatig naar een filmpje op digibord of tv.  Herken jij leerlingen in de beschreven 4 types? Misschien dat zij te weinig prikkels of veel te veel prikkels bewust worden. Aan hun gedrag zie je of ze zintuiglijke prikkels opzoeken of juist vermijden.

Neutraal

  • Kijkt naar het filmpje.
  • Luistert naar het filmpje maar ook naar wat er om haar heen gebeurt.
  • Reageert op een grapje dat een klasgenoot maakt over het filmpje.
  • Hoort de instructie van de leerkracht, dat het handig is om op het filmpje te letten, want er komen straks vragen over.
  • Weet nadien de meeste vragen over het filmpje goed te beantwoorden.

 

Onderprikkeld actief (is actief bezig om meer prikkels te krijgen)

  • Kijkt naar het filmpje. Kijkt de klas rond. Kijkt naar buiten.
  • Luistert naar het filmpje, hoort daar dat iemand ‘speeltuin’ zegt en denkt er aan dat hij dit weekend naar Duinrell gaat. Hij beweegt heen en weer alsof hij al in de achtbaan zit.
  • Kijkt weer even naar het filmpje en maakt een grapje over iets wat daarin gebeurt. Gaat daarbij achterstevoren op zijn stoel zitten.
  • Hoort dat de leerkracht iets zegt, maar volgt niet de inhoud. Hij is nog bezig met zijn grapje.
  • Weet nadien een paar vragen over het filmpje goed te beantwoorden, terwijl hij op twee poten van zijn stoel balanceert. Ondertussen bedenkt hij zich wat hij in Duinrell allemaal gaat doen.

 

Onderprikkeld passief (is niet bezig om meer prikkels te krijgen)

  • Kijkt naar het filmpje. Kan haar gedachten er moeilijk bijhouden. Ze leunt met haar kin op haar handen.
  • Luistert naar het filmpje en vindt het leuk dat er een liedje in zit, dat kan ze goed volgen.
  • Hoort dat er gelachten wordt in de klas, maar weet niet precies waarom. Het liedje was niet grappig. Toch?
  • Hoort wat de leerkracht zegt en schrikt een beetje. Was het vooraf ook al gezegd dat ze hier vragen over zouden krijgen? Ze neemt zich voor extra goed op te letten de rest van het filmpje. Ze gaat goed rechtop zitten. Even later zit ze toch weer onderuitgezakt.
  • Ze weet een aantal vragen over het filmpje goed te beantwoorden. Ze baalt dat ze niet meteen gehoord had dat er vragen over zouden komen, dan had ze in het begin beter op proberen te letten.

 

Overprikkeld actief (is zichzelf aan het kalmeren)

  • Kijkt naar het filmpje. Gaat goed rechtop zitten, zodat hij alles goed kan zien en horen. Heeft papier en potlood al klaargelegd voor de vragen straks.
  • Luistert naar het filmpje, maar doet zijn handen over zijn oren wanneer ze het liedje laten horen en een paar kinderen mee gaan zingen.
  • Maant andere kinderen tot stilte en kijkt naar de juf voor hulp daarbij.
  • Als hij niet zeker weet of hij iets goed heeft gehoord, vraagt hij het: hadden ze het nou over de speeltuin?
  • Heeft bijna alle vragen goed.

 

Overprikkeld passief (is zichzelf niet aan het kalmeren)

  • Kijkt naar het filmpje. Ondertussen kauwt hij op zijn potlood.
  • Het mag van hem wel wat zachter, zeker als ze dat liedje zingen.
  • Voelt een beetje paniek opkomen als een aantal klasgenoten beginnen te lachen. Nog meer lawaai. Hoe kan hij nu het filmpje volgen en straks de vragen goed beantwoorden?
  • Hij hoort de instructie van de leerkracht en denkt; ‘ja, dat wist ik toch al, stil nou, anders kan ik de vragen straks niet beantwoorden’.
  • Beantwoordt de meeste vragen over het filmpje goed. Maar blijft onrustig en is geërgerd dat hij niet alles weet. Als iedereen nou wat stiller was geweest!

Herken je leerlingen? Wat zie jij nog meer tijdens het filmpjes kijken? Laat het ons weten via het contactformulier.